0186 - 76 40 60 info@forza-adviesgroep.nl

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft een uitspraak gedaan over het belang van het identificeren van je leveranciers. Als je de identiteit van je leverancier niet controleert, dan kan dit wijzen op betrokkenheid bij BTW-Fraude.

In deze Letse zaak ging het over een bedrijf dat koolzaad inkocht. Het zaad wordt afgeleverd en de belastingplichtige brengt de BTW die haar in rekening is gebracht in aftrek. De Letse Belastingdienst vond echter dat de belastingplichtige de BTW niet had mogen aftrekken, omdat de aankopen feitelijk niet hadden plaatsgevonden (er was een factuurrondje gemaakt, waarbij de BTW wel wordt afgetrokken, maar niet wordt afgedragen). De belastingplichtige had moeten controleren of de transacties wel in orde waren. Omdat zij dit niet had gedaan, vond de Belastingdienst dat de belastingplichtige betrokken was bij BTW-fraude.

Het Hof van Justitie denkt hier echter anders over. Dat de belastingplichtige (voor de traceerbaarheid van de levensmiddelen) niet had gecontroleerd wie haar leveranciers zijn, is niet genoeg om de BTW-aftrek te weigeren. Maar het niet in acht nemen van de verplichting je leveranciers te identificeren is wel één van de elementen die er op kunnen wijzen dat de belastingplichtige weet of had moeten weten dat hij betrokken is bij een handeling waarbij sprake is van BTW-fraude.

Als je meer wilt weten over de BTW, dan informeert Jan van Egmond  je hier graag over!

Bron: C‑329/18, Hof van Justitie EU, 3-10-2019