0186 - 76 40 60 info@forza-adviesgroep.nl

Een ondernemer mag de BTW die hij betaalt aan zijn leverancier aftrekken van de BTW die hij moet betalen over zijn verkoop. De rechtbank Noord Holland oordeelt dat alleen facturen onvoldoende zijn om aannemelijk te maken dat er daadwerkelijk goederentransacties plaatsvinden. Er is volgens de rechter dan geen recht op BTW-aftrek.

Een handelaar in bloemen, planten en aanverwante producten doet 75% van haar inkopen bij een groothandel. Deze groothandel geeft de verschuldigde omzetbelasting niet aan en draagt deze niet af. Daarnaast vermeldt de groothandel geen btw-identificatienummer op haar facturen. Dit is tegen de wet. De inspecteur denkt dat er geen reële goederentransacties ten grondslag liggen aan deze facturen. De handelaar heeft de BTW die op de facturen van de groothandel vermeld staan afgetrokken. De inspecteur wil deze BTW terug hebben en legt over de maanden maart tot en met juni 2014 een naheffingsaanslag op aan de handelaar.

Rechtbank Noord Holland vindt dat de handelaar onvoldoende aannemelijk maak – dat betekent: niet voldoende kan bewijzen –  dat er reële goederentransacties ten grondslag liggen aan de facturen. De handelaar heeft alleen de facturen, maar geen andere documenten waaruit blijkt dat bijvoorbeeld inkooptransacties, vervoer en kwaliteitscontroles hebben plaatsgevonden. Daarnaast was bij de de handelaar slechts het mobiele telefoonnummer en de voornaam bekend van de eigenaar van de groothandel. Onder andere hierdoor had de handelaar moeten vermoeden dat zij onderdeel was van een fraudeketen. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd. De rechter geeft de inspecteur gelijk.

Uit deze uitspraak blijkt hoe belangrijk het is goed in de gaten te houden met wie je handelt. Het kan snel fout gaan, Jan van Egmond informeert u hier graag over!

Bron: ECLI:NL:RBNHO:2019:5926, Rechtbank Noord-Holland, 31-7-2019